vrouw met geel hesje aan kijkt met verrekijker richting dakgoot van een woning
Duurzaam bouwen 6tlpzd  

Ecologisch onderzoek bij verbouwing: wanneer is het nodig?

Wie zijn woning gaat verbouwen, denkt waarschijnlijk eerst aan zaken als materialen, isolatie, energieverbruik en de kosten van de werkzaamheden. Toch is er nog iets waar je rekening mee moet houden: de dieren en planten die in en rond je woning leven. Vooral bij werkzaamheden aan daken, gevels en spouwmuren kunnen beschermde dieren zoals vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen een rol spelen.

Een verbouwing kan namelijk gevolgen hebben voor verblijfplaatsen en nesten die soms nauwelijks zichtbaar zijn. Een vleermuis kan bijvoorbeeld via een kleine opening toegang hebben tot de spouwmuur, terwijl een gierzwaluw onder dakpannen of achter een dakrand nestelt.

Maar betekent dit dat je vóór iedere verbouwing een ecologisch onderzoek moet laten uitvoeren? Nee. Wel gelden er regels waarmee je rekening moet houden. In dit artikel leggen we uit wanneer ecologisch onderzoek bij een verbouwing aan de orde kan zijn en wat de huidige regels onder de Omgevingswet betekenen.

Waarom moet je bij een verbouwing rekening houden met dieren en planten?

Sinds 1 januari 2024 is de bescherming van natuur in Nederland ondergebracht in de Omgevingswet en de bijbehorende regelgeving. Werkzaamheden die gevolgen kunnen hebben voor in het wild levende dieren of planten kunnen worden aangemerkt als een flora- en fauna-activiteit.

Daarbij geldt een zogenaamde specifieke zorgplicht. Deze is onder andere uitgewerkt in artikel 11.27 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

De zorgplicht houdt kort gezegd in dat je niet zomaar werkzaamheden kunt uitvoeren wanneer je weet, of redelijkerwijs kunt weten, dat deze nadelige gevolgen kunnen hebben voor dieren, planten of hun leefomgeving.

Volgens het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) moet iemand die een flora- en fauna-activiteit wil uitvoeren onder meer controleren of er aanwijzingen zijn dat bepaalde soorten of habitats op of in de buurt van de locatie voorkomen. Zijn die aanwijzingen er, dan moet worden nagegaan of nadelige gevolgen voor onder andere dieren, nesten, voortplantingsplaatsen en rustplaatsen kunnen worden uitgesloten.

Bron: Informatiepunt Leefomgeving – Rijksregels flora- en fauna-activiteit.

Is ecologisch onderzoek bij iedere verbouwing verplicht?

Nee. Het is te kort door de bocht om te stellen dat iedere woningeigenaar voor iedere verbouwing standaard een uitgebreid ecologisch onderzoek moet laten uitvoeren.

De aard van de werkzaamheden en de locatie zijn belangrijk.

Ga je uitsluitend werkzaamheden binnenshuis uitvoeren die geen invloed hebben op mogelijke verblijfplaatsen van dieren, dan ligt de situatie anders dan wanneer je bijvoorbeeld een dak gaat vervangen, een gebouw gaat slopen of openingen in een gevel of spouwmuur gaat afsluiten.

Belangrijk is dat je vooraf nagaat of beschermde soorten aanwezig kunnen zijn en of de werkzaamheden nadelige gevolgen kunnen veroorzaken.

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) gebruikt hiervoor een stappenplan. De eerste stap is onderzoek naar de aanwezigheid van beschermde soorten. Zijn beschermde soorten aanwezig en kan de activiteit mogelijk schade veroorzaken, dan moet vervolgens worden onderzocht welke gevolgen de werkzaamheden hebben.

Wanneer kan ecologisch onderzoek bij een verbouwing nodig zijn?

Ecologisch onderzoek wordt vooral relevant wanneer werkzaamheden invloed kunnen hebben op plaatsen die dieren gebruiken om te broeden, rusten of zich voort te planten.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • het renoveren of vervangen van een dak;
  • het verwijderen of vervangen van dakpannen;
  • het dichtmaken van openingen onder dakranden;
  • het renoveren van gevels;
  • werkzaamheden aan spouwmuren;
  • het na-isoleren van een spouwmuur;
  • het slopen van een woning, schuur of ander gebouw;
  • het verwijderen van oude betimmeringen;
  • werkzaamheden waarbij kieren en openingen in een gebouw verdwijnen;
  • het kappen van bomen of verwijderen van begroeiing rond een woning;
  • grootschalige renovatie of verduurzaming van een gebouw.

Of daadwerkelijk nader onderzoek nodig is, hangt af van de situatie. Een ecoloog kan beoordelen welke soorten mogelijk aanwezig zijn en welke effecten de werkzaamheden daarop kunnen hebben.

Welke dieren kom je bij woningen vaak tegen?

Bij renovatie en verduurzaming van woningen gaat veel aandacht uit naar gebouwbewonende soorten. Vooral vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen zijn relevant. Ook het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie noemt deze soorten expliciet in relatie tot het isoleren van gebouwen.

Dat heeft een logische reden. Een gebouw is voor mensen een woning, maar kan tegelijkertijd onderdeel zijn van het leefgebied van verschillende dieren.

Een kleine kier kan voor een vleermuis een ingang naar een verblijfplaats zijn. Ruimte onder een dakpan kan een nestgelegenheid bieden aan vogels. Wat vanuit bouwkundig of energetisch oogpunt wordt gezien als een kier die moet worden afgesloten, kan ecologisch dus een belangrijke functie hebben.

Vleermuizen

Vleermuizen kunnen gebruikmaken van zeer kleine openingen in gebouwen. Verschillende soorten verblijven bijvoorbeeld in spouwmuren, achter gevelbekleding, onder dakconstructies of op andere beschutte plaatsen.

Dat kan bij renovatie problemen opleveren. Bij het vullen van een spouwmuur kunnen bijvoorbeeld toegangen tot een verblijfplaats verdwijnen.

Vleermuizen die onder de Habitatrichtlijn vallen genieten strikte bescherming. Onder de Omgevingswet kan onder meer het opzettelijk verstoren van deze dieren en het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen vergunningplichtig zijn.

Juist daarom gaan we in een afzonderlijk artikel uitgebreider in op vleermuisonderzoek bij een verbouwing.

Gierzwaluwen

Ook gierzwaluwen verdienen bijzondere aandacht. Deze vogels brengen een groot deel van hun leven vliegend door, maar zijn voor hun nesten sterk afhankelijk van geschikte openingen in gebouwen.

Ze kunnen bijvoorbeeld nestelen onder dakpannen, achter boeidelen of in andere openingen in een gevel of dakconstructie.

Gierzwaluwen keren bovendien vaak terug naar dezelfde nestlocaties. BIJ12 wijst erop dat nesten van gierzwaluwen jaarrond beschermd zijn. Renovatie en isolatie kunnen geschikte nestgelegenheid laten verdwijnen.

Ook gierzwaluwonderzoek bij een verbouwing verdient daarom een eigen behandeling.

Hoe begint ecologisch onderzoek?

Ecologisch onderzoek hoeft niet meteen te betekenen dat een ecoloog maandenlang rond je woning onderzoek verricht.

Doorgaans wordt eerst gekeken naar de locatie, het gebouw, de geplande werkzaamheden en de soorten die mogelijk aanwezig zijn. Daarbij kan worden gekeken naar potentiële verblijfplaatsen en naar beschikbare gegevens over soorten in de omgeving.

Een hulpmiddel hiervoor is de Beschermde SoortenIndicator (BeSI) van BIJ12. Je vult hierbij een locatie en voorgenomen werkzaamheid in. BeSI geeft vervolgens aan welke beschermde planten en dieren mogelijk aanwezig zijn en welke effecten de werkzaamheden op deze soorten kunnen hebben.

BeSI is vooral bedoeld voor relatief kleinschalige werkzaamheden aan en rondom woningen. Het systeem bevat ongeveer 400 soorten die voor deze toepassingen het meest relevant zijn. Voor grotere projecten of werkzaamheden in natuurgebieden kan onderzoek door een deskundige noodzakelijk zijn.

Je kunt de tool en verdere uitleg vinden via de Beschermde SoortenIndicator van BIJ12.

Van eerste beoordeling naar nader onderzoek

Wanneer uit een eerste beoordeling blijkt dat een beschermde soort aanwezig kan zijn en negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, kan nader onderzoek nodig zijn.

Dat onderzoek is soortgericht.

Bij mogelijke aanwezigheid van vleermuizen wordt bijvoorbeeld onderzocht of en hoe het gebouw door vleermuizen wordt gebruikt. Bij mogelijke aanwezigheid van gierzwaluwen kan worden onderzocht of er daadwerkelijk nestplaatsen aanwezig zijn.

Het is belangrijk hiermee tijdig te beginnen. Ecologisch onderzoek is namelijk afhankelijk van de ecologie van een soort. Je kunt niet iedere soort op ieder willekeurig moment van het jaar betrouwbaar onderzoeken.

Daarom kan natuuronderzoek invloed hebben op de planning van een bouw- of renovatieproject.

Wie mag ecologisch onderzoek uitvoeren?

Bij formeel ecologisch onderzoek is deskundigheid belangrijk. RVO omschrijft een ecologisch deskundige als iemand met aantoonbare specifieke ecologische kennis en ervaring.

Zo’n deskundige kan onder andere:

  • onderzoek doen naar de aanwezigheid van beschermde soorten;
  • adviseren over maatregelen waarmee schade kan worden beperkt;
  • adviseren over vrijstellingen en gedragscodes;
  • alternatieve werkwijzen, locaties of uitvoeringsperioden voorstellen;
  • ondersteunen bij het aanvragen van een omgevingsvergunning.

Een ecologisch deskundige moet bovendien kennis hebben van erkende onderzoeksmethoden en de functionaliteit van leefgebieden kunnen herkennen.

Bron: RVO – Wat is een ecologisch deskundige?.

Wat gebeurt er als beschermde soorten worden aangetroffen?

Het aantreffen van een beschermde soort betekent niet automatisch dat een verbouwing niet door kan gaan.

Eerst wordt bekeken welke gevolgen de werkzaamheden hebben en of deze gevolgen kunnen worden voorkomen.

Volgens het stappenplan van RVO kunnen maatregelen worden genomen om schade te voorkomen of te verzachten. Daarbij kun je bijvoorbeeld denken aan het vermijden van broedplaatsen of vaste rust- en verblijfplaatsen. Wanneer met maatregelen alle schadelijke gevolgen kunnen worden voorkomen, kan het zijn dat geen omgevingsvergunning nodig is.

Kunnen schadelijke gevolgen niet voldoende worden voorkomen en valt de activiteit onder een vergunningplicht, dan kan een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit nodig zijn.

De precieze situatie is afhankelijk van onder meer de soort, de werkzaamheden en eventuele provinciale regels.

Wanneer heb je een omgevingsvergunning voor flora en fauna nodig?

Niet iedere aanwezigheid van een beschermd dier leidt automatisch tot een vergunningplicht. Het gaat er uiteindelijk om wat de werkzaamheden met de beschermde soort en bijvoorbeeld zijn nest, rustplaats of voortplantingsplaats doen.

Voor strikt beschermde soorten uit de Habitatrichtlijn gelden bijvoorbeeld verboden rond het opzettelijk doden, vangen en verstoren van dieren en het beschadigen of vernielen van hun voortplantings- en rustplaatsen.

Wanneer een vergunning noodzakelijk is, wordt bovendien niet alleen gekeken naar de geplande werkzaamheden. Voor soorten uit de Habitatrichtlijn gelden beoordelingsregels. Een vergunning kan onder andere alleen worden verleend wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat en de activiteit geen afbreuk doet aan de gunstige staat van instandhouding van de populatie.

Bij veel projecten is de provincie het bevoegd gezag. Voor bepaalde projecten van nationaal belang ligt die rol bij het Rijk.

Hoe zit het met ecologisch onderzoek bij spouwmuurisolatie?

Spouwmuurisolatie verdient aparte aandacht. Het is een van de meest toegepaste maatregelen om bestaande woningen energiezuiniger te maken, maar een spouw kan tegelijkertijd door vleermuizen als verblijfplaats worden gebruikt.

Sinds maart 2025 bestaat er landelijk een eDNA-methode waarmee bij spouwmuurisolatie kan worden onderzocht of vleermuizen aanwezig zijn.

Bij deze methode worden met een spons sporen verzameld, die vervolgens in een laboratorium worden onderzocht op DNA van vleermuizen.

Bij een negatieve eDNA-test kan volgens de landelijke aanpak worden geïsoleerd zonder aanvullende maatregelen. Bij een positieve uitslag kunnen vleermuizen aanwezig zijn. Je kunt dan niet zomaar doorgaan met isoleren en in de meeste gevallen is ecologisch onderzoek nodig en moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd.

Meer informatie hierover staat op de officiële pagina Natuurvriendelijk Isoleren van Volkshuisvesting Nederland.

Dit onderwerp behandelen we uitgebreider in het afzonderlijke artikel vleermuisonderzoek bij spouwmuurisolatie.

Wat is een Soortenmanagementplan?

Bij grootschalige verduurzaming zou het bijzonder omslachtig zijn wanneer voor iedere afzonderlijke woning steeds een volledig afzonderlijk traject nodig is. Daarom werken steeds meer gemeenten met een Soortenmanagementplan (SMP).

Bij een SMP wordt voor een groter gebied onderzocht waar beschermde soorten voorkomen en welke maatregelen nodig zijn om populaties duurzaam te beschermen.

Een gemeente kan op basis daarvan voor de gemeente of een deel daarvan een omgevingsvergunning van de provincie krijgen. Onder de voorwaarden van zo’n gebiedsgerichte aanpak kan voorkomen worden dat iedere individuele woningeigenaar zelf een volledig vergunningstraject moet doorlopen.

Het is daarom verstandig om bij je gemeente na te gaan of er voor jouw wijk of gemeente een SMP of andere gebiedsgerichte aanpak geldt.

Duurzaam verbouwen betekent ook rekening houden met biodiversiteit

Ecologisch onderzoek lijkt op het eerste gezicht misschien vooral een wettelijke verplichting die een bouwproject ingewikkelder maakt. Toch raakt het aan een veel bredere vraag: wat verstaan we eigenlijk onder duurzaam bouwen?

Een woning met uitstekende isolatie, een warmtepomp en een zeer laag energieverbruik kan energetisch duurzaam zijn. Maar wanneer tijdens de renovatie alle nest- en verblijfplaatsen voor vogels en vleermuizen verdwijnen, is het vanuit ecologisch perspectief minder vanzelfsprekend om over een volledig duurzame ingreep te spreken.

Daarom krijgt natuurinclusief bouwen en renoveren steeds meer aandacht.

Je kunt bijvoorbeeld denken aan geïntegreerde neststenen voor gierzwaluwen, voorzieningen voor huismussen, permanente vleermuisverblijven en een groene inrichting rondom gebouwen.

Deze gedachte sluit ook aan bij ontwikkelingen zoals regeneratief bouwen. Daarbij wordt niet alleen geprobeerd de negatieve impact van een gebouw te verkleinen, maar wordt gekeken hoe de gebouwde omgeving juist een positieve bijdrage kan leveren aan mens, klimaat en ecosystemen.

Een oude woning kan ecologisch juist interessant zijn

Interessant genoeg kunnen oudere, minder goed geïsoleerde woningen juist veel mogelijkheden bieden voor gebouwbewonende dieren.

Kieren onder dakpannen, openingen bij dakranden, holle ruimtes en toegankelijke spouwmuren bieden plaatsen die in moderne, luchtdicht gebouwde woningen vaak ontbreken.

Bij verduurzaming bestaat daardoor een paradox: door een gebouw energetisch sterk te verbeteren, kunnen onbedoeld verblijfplaatsen van dieren verdwijnen.

De uitdaging is daarom niet om verduurzaming tegen te houden, maar om energiezuinig en natuurinclusief renoveren met elkaar te combineren.

Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat bestaande verblijfplaatsen behouden blijven of dat geschikte permanente voorzieningen in de nieuwe gevel of het dak worden geïntegreerd.

Begin op tijd met natuuronderzoek

Wanneer je een omvangrijke renovatie, dakrenovatie, sloop of verduurzaming plant, is het verstandig om natuuronderzoek niet als laatste punt op de planning te zetten.

Als pas vlak voor de start van de werkzaamheden blijkt dat nader vleermuis- of vogelonderzoek noodzakelijk is, kan dat gevolgen hebben voor de planning. Bepaalde onderzoeken kunnen immers alleen in geschikte perioden van het jaar plaatsvinden.

Door ecologie al tijdens de ontwerpfase mee te nemen, ontstaat bovendien meer ruimte om oplossingen in het ontwerp te verwerken. Een verblijfplaats voor vleermuizen of nestvoorziening voor gierzwaluwen kan dan onderdeel worden van het gebouw in plaats van een voorziening die achteraf moet worden toegevoegd.

Praktisch stappenplan voor een verbouwing

Ga je verbouwen en kunnen de werkzaamheden invloed hebben op dak, gevel, spouw, bomen of andere mogelijke verblijfplaatsen? Dan kun je globaal de volgende route aanhouden:

  1. Breng precies in kaart welke werkzaamheden je gaat uitvoeren.
  2. Controleer of op of rondom de locatie beschermde soorten kunnen voorkomen.
  3. Gebruik bijvoorbeeld de Vergunningcheck en waar relevant de Beschermde SoortenIndicator (BeSI).
  4. Laat bij twijfel of een verhoogde ecologische kans een deskundige naar de situatie kijken.
  5. Onderzoek of negatieve gevolgen voor aanwezige soorten kunnen worden uitgesloten.
  6. Is dat niet mogelijk, laat dan het benodigde nadere soortonderzoek uitvoeren.
  7. Bekijk samen met een deskundige welke preventieve of mitigerende maatregelen mogelijk zijn.
  8. Controleer of voor de werkzaamheden een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit nodig is.
  9. Controleer ook of je gemeente werkt met een SMP of andere gebiedsgerichte aanpak.
  10. Neem natuurvoorzieningen waar mogelijk direct mee in het renovatieontwerp.

Zo voorkom je niet alleen problemen tijdens de uitvoering, maar kun je verduurzaming en biodiversiteit vanaf het begin met elkaar verbinden.

Veelgestelde vragen over ecologisch onderzoek bij verbouwen

Is ecologisch onderzoek altijd verplicht bij een verbouwing?

Nee. Niet iedere verbouwing vereist automatisch uitgebreid ecologisch onderzoek. Wel geldt bij flora- en fauna-activiteiten de specifieke zorgplicht. Je moet onder andere nagaan of er aanwijzingen zijn voor relevante soorten of habitats en, wanneer die aanwijzingen bestaan, of negatieve gevolgen kunnen worden uitgesloten. Afhankelijk van de uitkomst kan nader onderzoek noodzakelijk zijn.

Wanneer moet ik een ecoloog inschakelen?

Een ecoloog is vooral relevant wanneer beschermde soorten aanwezig kunnen zijn en je niet kunt uitsluiten dat de werkzaamheden gevolgen voor deze soorten of hun verblijfplaatsen hebben. Voor formeel soortonderzoek en een eventuele vergunningaanvraag is de deskundigheid van een ecoloog belangrijk.

Welke dieren zijn vooral belangrijk bij woningrenovatie?

Bij woningen gaat het vaak om vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. Welke soorten relevant zijn, hangt onder andere af van het gebouw, de omgeving en de werkzaamheden.

Heb ik voor spouwmuurisolatie altijd een vleermuisonderzoek nodig?

Niet noodzakelijk. Sinds maart 2025 kan bij spouwmuurisolatie onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van een eDNA-methode. Bij een negatieve test kan volgens de landelijke aanpak direct worden geïsoleerd zonder aanvullende maatregelen. Bij een positieve uitslag kunnen vleermuizen aanwezig zijn en is een ander vervolgtraject nodig.

Mag ik verbouwen als er vleermuizen aanwezig zijn?

De aanwezigheid van vleermuizen betekent niet automatisch dat verbouwen onmogelijk is. Wel moet worden voorkomen dat verboden handelingen plaatsvinden. Afhankelijk van de werkzaamheden kunnen maatregelen, nader onderzoek en een omgevingsvergunning nodig zijn.

Kan een gierzwaluwnest ook buiten het broedseizoen beschermd zijn?

Ja. Gierzwaluwen behoren tot de vogels waarvan de nestplaatsen jaarrond beschermd kunnen zijn. Alleen wachten totdat de vogels naar hun overwinteringsgebied zijn vertrokken, betekent dus niet automatisch dat een nestplaats verwijderd mag worden.

Waar kan ik zelf controleren of beschermde soorten kunnen voorkomen?

Voor kleinschalige werkzaamheden kun je onder andere gebruikmaken van de Beschermde SoortenIndicator (BeSI). Daarnaast kun je via het Omgevingsloket een Vergunningcheck uitvoeren. Bij twijfel is advies van een ecologisch deskundige verstandig.

Bronnen en meer informatie

Voor dit artikel zijn onder andere de actuele informatie en regelgeving van de volgende officiële instanties geraadpleegd:

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) – stappenplan en informatie over de omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten:
Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteiten – RVO

Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) – uitleg over de rijksregels en specifieke zorgplicht voor flora- en fauna-activiteiten:
Rijksregels flora- en fauna-activiteit – IPLO

Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) – vergunningplicht voor soorten die onder de Habitatrichtlijn en verdragen vallen:
Vergunningplicht soorten Habitatrichtlijn – IPLO

BIJ12 – informatie over de Beschermde SoortenIndicator (BeSI):
Beschermde SoortenIndicator – BIJ12

BIJ12 – actuele kennisdocumenten over beschermde soorten en maatregelen bij ruimtelijke activiteiten:
Kennisdocumenten Soorten – BIJ12

Volkshuisvesting Nederland – actuele landelijke aanpak voor natuurvriendelijk isoleren en het gebruik van eDNA bij spouwmuurisolatie:
Landelijke aanpak Natuurvriendelijk Isoleren

De regels rond soortenbescherming kunnen veranderen en de precieze verplichtingen verschillen per project en locatie. Controleer daarom bij concrete bouwplannen altijd de actuele regels via het Omgevingsloket en, waar nodig, bij de provincie of een ecologisch deskundige.